Artists Gallery Calendar News Art Fairs Publications Contact

Selected works of the exhibition
Press Release (English)
Press Release (French)
Press Release (Dutch)
Print press release
Print images...




Joris Van de Moortel

This incomplete mythical world whose perfection lay outside it
April 18 - June 9, 2018
Charles Decoster, Brussels










Galerie Nathalie Obadia stelt met trots de vierde solotentoonstelling van Joris Van de Moortel aan u voor. De titel van deze tentoonstelling – This incomplete mythical world whose perfection lay outside it – heeft de kunstenaar ontleend aan een sleutelwerk van het hedendaagse denken: het boek La Société du Spectacle, dat in 1967 door Guy Debord werd gepubliceerd en dat na de gebeurtenissen van 1968 een sterke weerklank heeft gevonden.

De titel is een citaat uit stelling nummer 137 van La Société du Spectacle, waar de middeleeuwen beschreven worden als een ‘onvolledige mythische wereld’ die nog helemaal onderworpen was aan een ‘cyclische tijd’. Die tijd beheerste niet alleen de natuur, maar ook het leven van de mens, van zijn geboorte tot zijn dood. Als Joris Van de Moortel hier het middeleeuwse denken oproept, doet hij dat om beter de uitwassen van de ‘spektakelmaatschappij’ te kunnen vatten – een begrip dat onze maatschappij blijft regeren sinds het voor het eerst getheoretiseerd werd in de onstuimige sfeer van 1968. Dat zijn historische en filosofische onderzoek nieuwe artistieke perspectieven voor hem geopend hebben, illustreren de recente werken die hij in de galerie tentoonstelt. De Belgische kunstenaar die geboren werd in 1983, nodigt ons daarbij uit voor een spirituele reis door de tijd.

Over de middeleeuwen hing de duistere en niet aflatende schaduw van de dood. Ook in deze tentoonstelling doemt de dood meermaals op, tijdens een processie van werken die uitgespreid zijn als individuele staties net zoals bij een kruisweg in de kerk. Het parcours kent geen knieval – dat is duidelijk. Wel zet het aan om na te denken over de ijdelheid en de tegenstellingen in onze huidige wereld. Bij het aansnijden van zijn thema’s roept de kunstenaar een amusante en soms verontrustende wereld met dierlijke figuren op die enige gelijkenis vertonen met de helden in de films van Tim Burton.

De ‘mythische wereld’ van de middeleeuwen en de renaissance, die haar uitdrukking vond in tal van kunstwerken, vormt een belangrijke inspiratiebron voor deze tentoonstelling. Schilderijen, tekeningen, sculpturen en installaties – waarvan sommige videowerk vervatten – citeren min of meer rechtstreeks uit de beeld- en vormentaal van de Vlaamse 14e- en 15e-eeuwse kunst.

Dat is het geval bij de collages The Marriage of Heaven and Hell en Bestiarium I, waarvan de houten kaders de basisvorm van een kerkretabel hebben. Hun drieledige structuur doet ook denken aan de triptieken uit de oude schilderkunst, waarvan deze werken bovendien de confrontatie van het aardse en het hemelse overnemen, in de vorm van lichaamsdelen die uit pornografische magazines geknipt zijn. Deze verzameling losbandige taferelen, die als het ware uit de donkere krochten van een bibliotheek gelicht is, werd samengesteld zoals een middeleeuws bestiarium. Het contrast tussen de afbeeldingen en de sacrale functie van het retabel benadrukt – niet zonder enige humor – de kloof die heerst tussen de zedigheid van weleer en de onophoudelijke stroom van pornografische beelden in het heden.

Het vermenigvuldigen en herhalen van afbeeldingen met behulp van de collagetechniek herinnert aan de fotomontages van Pierre Molinier, met hun balletten van benen in visnetpanties. Eenzelfde erotische geladenheid vinden we in de werken van Evelyne Axell en Pol Mara, twee grootmeesters van de Belgische popart die de vrouw altijd op een sensuele en zelfs uitdagende manier afbeeldden en zo de publicitaire beelden van de consumptiemaatschappij van de jaren 1960 parodieerden.

Ook andere werken op andere dragers tonen het gevecht tussen deugden en zondes, wat in het middeleeuwse denken overeenkomt met de strijd tussen goed en kwaad. Zo is er bijvoorbeeld Drink and dice ruins wealth and fame, dat gebaseerd is op het aan Pieter Bruegel de Oude toegeschreven schilderij van twaalf Vlaamse Spreekwoorden. De tekening op de grote tweeluiken Dance of death – the night en A day in the life of Dance of death steunt dan weer op een oudere gravure, die door Michael Wolgemut in 1493 gemaakt werd en die de dodendans als onderwerp heeft. We vinden eenzelfde fascinatie voor de (uitbeelding van de) dood ook terug in de schilderijen van Paul Delvaux uit de jaren 1940 – bijvoorbeeld in zijn beroemde Ecce Homo (1949) waar alle figuren van de kruisafneming vervangen zijn door skeletten. Bij Joris Van de Moortel zijn de skeletten betrokken in een passionele dans op de toon van scheurende gitaren – we denken hier meteen aan zijn muzikale performances. Ze zijn een metafoor voor de collectieve hysterie waarin de consumptiemaatschappij en het kapitalisme ons tot de dag van vandaag onderdompelen, zonder dat we echt een uitweg vinden.

Wanneer die passie tot het uiterste gedreven wordt, kan ze tot waanzin leiden. Dat brengt het ‘Narrenschip’ ons in herinnering, een allegorisch thema dat eind 15e eeuw populair werd door het gelijknamige boek van Sebastian Brant – een boek dat ook Joris Van de Moortel heeft geïnspireerd. In zijn versie van het Narrenschip (The ship of fools) laat Joris Van de Moortel kunstenaars samen met andere randfiguren inschepen. Hij concipieert de boot tegelijk als een gevangenis en een vrijruimte voor een reis waarvan we weten uit de middeleeuwse mythologie dat men niet terugkeert. Door toedoen van deze allegorie onderzoekt Joris Van de Moortel de status van zijn kunstenaarschap en vraagt hij zich af welke rol hij als kunstenaar in de huidige maatschappij kan spelen.

De Dodendans en de Spreekwoorden zijn twee van de populairste thema’s in de Europese kunst van de middeleeuwen. Voor Joris Van de Moortel blijven zij de beste articulaties van het oorspronkelijke gevecht dat de mens voert tegen zijn apollinische en dionysische natuur. Terwijl het apollinische symbool staat voor orde en maat, is het dionysische synoniem voor alles wat veranderlijk en ongrijpbaar is. De kunstenaar gaat deze dualiteit niet uit de weg. Integendeel, beide elementen zijn nodig om zijn inspiratie te kanaliseren en zijn creativiteit de vrije loop te laten. Een werk als A representation of the incomplete mythical world whose perfection lay outside it – een box in plexiglas die restanten van zijn muzikale performances vervat – illustreert dat, wanneer het betracht om de efemere en vaak chaotische ervaring van een live evenement te archiveren. De fysieke en sonore energie die uitgaat van zijn performances, contrasteert met de monastieke stilte die heerst in het atelier waar Joris Van de Moortel zich terugtrekt om werk te maken. Deze twee staten, die het creatieve proces van de kunstenaar stuwen, tonen de hang van de kunstenaar naar twee volstrekt tegengestelde temperamenten, die elkaar aantrekken als de polen van een magneet.

Samen met religie vormt muziek de rode draad in de tentoonstelling van Joris Van de Moortel. Muziek is aanwezig in zijn video Dance of life, must be heaven ?, net als in zijn verschillende interpretaties van het thema van de Dodendans en de Spreekwoorden, die – op zijn zachtst gezegd – luidruchtige excessen in beeld brengen. Muziek is ook een centraal gegeven in de reeks rond liturgische voorwerpen: de gongs die gebruikt werden voor religieuze diensten (Mezzo Spiral GONG en Straight GONG) en de altaren Insence I en II, die elementen van vroegere muzikale performances bundelen, waaronder luidsprekers, versterkers en kabels die in brons gegoten zijn. Muziek is van nature eigen aan religieuze riten. Joris Van de Moortel heeft dat zelf als kind ervaren, toen hij meermaals de mis diende en zong in het koor. Hoewel lang geleden, heeft de ervaring een duidelijke indruk op hem nagelaten. Die elementen uit zijn verleden treden op de voorgrond in een reeks recente performances. Zijn werk SMOKE kwam tot stand in de context van A Sunday Mess; De 7 sacramenten (glass, fire, white, smoke, nature, vandal), dat geïnspireerd is op de zeven sacramenten van de katholieke kerk.

In februari reisde Joris Van de Moortel naar de Filipijnen, ter gelegenheid van zijn solotentoonstelling European Son, Raised Catholic (The Drawing Room Gallery, Manilla). Daar, ver van huis, riep hij zijn Europese en katholieke cultuur op. Ter plaatse ging de kunstenaar op zoek naar lokale ambachtslui met wie hij This incomplete world en Lightocaster vervaardigde. Deze twee werken – voorbeelden van Filipijnse barok – ontwrichten de codes van de funeraire kunst met een typisch Vlaamse humor die Pieter Bruegel de Oude niet zou misstaan hebben. Dit mooie voorbeeld van artistiek syncretisme toont ook dat Joris Van de Moortel – als “European Son, Raised Catholic” – een grenzeloze nieuwsgierigheid koestert voor alle kunstvormen van vroeger en nu. Die kunstvormen bevraagt en herinterpreteert hij naar de maatstaf van zijn filosofische en spirituele bekommernissen.

In het zog van Guy Debord bouwt Joris Van de Moortel voort op het middeleeuwse denken en maakt hij zich enkele van de populairste thema’s van dat denken eigen: het Goede, het Kwade en de Dood, zoals die voor eeuwig met elkaar verbonden zijn. Deze existentiële drie-eenheid vinden we ook voortdurend terug in de rock-‘n-roll, in de zin dat deze muziekvorm het vaak tragische lot van zijn sterren bepaald heeft. Joris Van de Moortel, die evenzeer beeldend kunstenaar als muzikant is, maakt zijn werken altijd in een intieme relatie met de muziek. Zonder ophouden hergebruikt hij de materialen van zijn muzikale performances. Wat die performances vernielen, bouwen zijn werken herop. Het is op deze manier dat de kunstenaar zijn eigen ‘cyclische tijd’ voortbrengt, die perfect in overeenstemming lijkt te zijn met het refrein van het nummer Atlantic City van Bruce Springsteen: “Everything dies that’s a fact. But maybe everything that dies someday comes back” (album Nebraska, 1982).

Als ‘wagneriaan’ en vurig bewonderaar van de Duitse romantiek brengt Joris Van de Moortel in zijn nieuwe werken drie kunstvormen samen: de beeldende kunst, de literatuur en de muziek. Het resultaat: rauwe gevoelens en emotie. Joris Van de Moortel biedt een beeldende sonoriteit aan alles wat hij transformeert. Hij componeert zijn tentoonstellingen als gaat het om een orkestratie. Zijn werken resoneren met elkaar, volgens een partituur die drijft op improvisatie.

---------------------------------

Joris Van de Moortel werd in 1983 in Gent geboren. Hij woont en werkt in Antwerpen (België).

Joris Van de Moortel behaalde in 2009 zijn diploma aan het Hoger Instituut voor Schone Kunsten (HISK) in Gent (België) en was in 2013 artist-in-residence in het Künstlerhaus Bethanien in Berlijn (Duitsland). Hij geldt als een van de opmerkelijkste kunstenaars van de hedendaagse Belgische scene.

Joris Van de Moortel had verschillende belangrijke solotentoonstellingen, waaronder Pink Noises, zijn eerste solotentoonstelling in de Verenigde Staten die plaatsvond in 2016 in het Savannah College of Art and Design in Atlanta, en Ça vous intéresse l’architecture? Botanical vibrations travel through the air tangled as wires, attempting to play with the rhythmic structure, zijn eerste grote solotentoonstelling in België die in 2015 in het kunstencentrum Be-Part gehouden werd.

In oktober 2018 organiseert Bozar (Brussel, België) een solotentoonstelling van Joris Van de Moortel, in samenhang met het Seizoen van de Barok en de tentoonstelling “Theodoor van Loon. Een caravaggist tussen Rome en Brussel” in het museum.

Joris Van de Moortel nam ook deel aan belangrijke groepstentoonstellingen, onder meer in het Museum Mayer van den Bergh (Antwerpen, België, 2017) – deze tentoonstelling, met de titel Ecce Homo, groepeerde werk van een vijftigtal Belgische kunstenaars, onder wie Luc Tuymans, Michaël Borremans en Ann Veronica Janssens – ; in het Ludwig Museum (Boedapest, Hongarije, 2016); in het Künstlerhaus Bethanien (Berlijn, Duitsland, 2015); in de Fondation Boghossian – Villa Empain (Brussel, België, 2015); in het Palais de Tokyo (Parijs, Frankrijk, 2014); en in het S.M.A.K. (Gent, België, 2013).

In 2016 werd Joris Van de Moortel uitgenodigd door Denis Gielen, de directeur van het Mac’s – het museum voor hedendaagse kunst van de Federatie Wallonie-Brussel (Grand-Hornu, België) – om deel te nemen aan Rebel Rebel, een referentietentoonstelling over rock-‘n-roll. Voor deze expo maakte de kunstenaar een gigantische installatie in een van de museumzalen.

Werk van Joris Van de Moortel maakt deel uit van prominente publieke en private collecties, waaronder de Vehbi Koç Foundation (Istanboel, Turkije), de Dena Foundation for Contemporary Art (Parijs, Frankrijk / New York, Verenigde Staten), het Centraal Museum (Utrecht, Nederland), de Collection Raja (Roissy-en-France, Frankrijk) en de Ghisla Art Collection (Locarno, Zwitserland).

Joris Van de Moortel wordt sinds 2013 vertegenwoordigd door Galerie Nathalie Obadia Parijs / Brussel.